Rondom de Bevalling
Bevallen in het ziekenhuis
Hier vindt u alle informatie over bevallen in het ZRT, zoals de voorbereidingen op de grote dag en de gang van zaken in ons ziekenhuis. Ook als u niet van plan bent om hier te bevallen is het verstandig deze informatie even door te lezen, want onverwachts kunt u toch bij ons terecht komen.
Wanneer of hoe u ook bij ons terecht komt, de belangrijkste boodschap die we voor u hebben is: bij ons staan u en uw baby centraal.
Als u wensen, zorgen of suggesties heeft, horen wij dat graag.
Waar gaat u bevallen.....
.....als de keus aan u is?
Ongeveer 30% van de vrouwen kiest voor een thuisbevalling en met de uitstekende verloskundige zorg in Nederland is dat een prima optie.
Bevallen bij ons in het ziekenhuis is ook een optie die voor veel vrouwen aantrekkelijk is. U kiest dan zelf voor de mogelijkheid in het ziekenhuis te bevallen. Dit noemen we een ''poliklinische bevalling'' of een bevalling ''zonder medische indicatie''. U wordt dan tijdens de zwangerschap, bevalling en het kraambed begeleid door uw eigen verloskundige en mochten er onverhoopt complicaties optreden bij u of de baby, dan is specialistische hulp snel ter plaatse. Ook zijn er meer mogelijkheden qua pijnbestrijding. Als alles goed is verlopen gaat u twee tot drie uur na de bevalling weer naar huis, ook in de nacht. Als u hiervoor kiest is het verstandig even contact op te nemen met uw zorgverzekeraar over de dekking.
.....als u in het ziekenhuis moet bevallen?
Soms heeft u geen keus en moet u in het ziekenhuis bevallen. Dit heet een klinische bevalling of een bevalling ''met medische indicatie''. Ook dan zijn wij het goede adres.
Onze gynaecologen worden bijgestaan door ervaren klinisch verloskundigen. Wij ontvangen u in onze nieuwe kraamsuites. De bevalling zelf vindt daar ook plaats. U en uw familie blijven dus voor, tijdens en na de bevalling op dezelfde plek. Zo benaderen we zoveel mogelijk een prettige en huiselijke omgeving, waar toch alle medische voorzieningen om de hoek klaar staan.
Wanneer heeft u een medische indicatie?
We spreken van een medische indicatie als de kans op complicaties tijdens de zwangerschap of bevalling is verhoogd. Voorbeelden van complicaties zijn:
- suikerziekte
- schildklierafwijkingen
- hoge bloeddruk
- u heeft bij een eerdere bevalling een keizersnede gehad
- u gaat bevallen van een meerling
- de bevalling begint voor de 37ste week
- de zwangerschap duurt al langer dan 42 weken
- stuitligging
Het hebben van een medische indicatie betekent niet dat u ook het kraambed in het ziekenhuis moet doorbrengen. In veel gevallen is het risico op complicaties verdwenen na de bevalling en kunt u snel weer naar huis.
Voorbereidingen
Al tijdens de zwangerschap is er een aantal dingen die u kunt of moet doen ter voorbereiding op de bevalling en de periode erna.
Informatieavonden
Vijf keer per jaar geven wij informatie over de gang van zaken in de kraamsuites en op de couveuseafdeling.
Daarnaast organiseert het ZRT vijfmaal per jaar informatieavonden over praktische zaken rondom borstvoeding voor alle zwangeren in de regio.
Bij al deze avonden zijn partners natuurlijk van harte welkom. Voor data en inschrijving kunt u terecht bij de polikliniek Gynaecologie. In de agenda op de ZRT-homepage ziet een overzicht van geplande avonden.
Aanmelden bij een verloskundige en kraamhulp
Zelfs als u gedurende uw hele zwangerschap begeleid wordt door de gynaecoloog moet u zich toch aanmelden bij een eigen verloskundige, met het oog op de nazorg tijdens het kraambed.
Hoe eerder u zich aanmeldt hoe beter, maar niet later dan zes weken voordat u uitgerekend bent. Adressen kunt u halen uit de telefoongids, bij uw huisarts of bij ons op de polikliniek. Als er in uw woonplaats geen verloskundigen zijn, kan de huisarts de nazorg op zich nemen.
Ook komt u in aanmerking voor kraamhulp. Vraag hiernaar bij uw zorgverzekering en regel dit zo snel mogelijk.
Zwangerschapsgymnastiek en ouderschapscursussen
Door zwangerschapsgymnastiek of zwangerschapsyoga bereidt u zich bewust voor op de bevalling. U leert nuttige technieken, zoals het wegpuffen van weeën en het ontspannen van spieren, maar u bereidt zich ook geestelijk voor op wat gaat komen.
Ouderschapscursussen kunnen u nuttige vaardigheden aanreiken voor het opvoeden. De verloskundige of uw huisarts kunnen, samen met u, iets zoeken dat bij u past en u de nodige adressen geven.
Niet getrouwd? Welke achternaam?
Als u niet getrouwd bent krijgt de baby automatisch de achternaam van de moeder. Als u wilt dat de baby de achternaam van uw partner krijgt, moet er voor de geboorte een akte van erkenning opgemaakt worden. Hiermee erkent uw partner de nog niet geboren baby (de ongeboren vrucht). U kunt dit eenvoudig laten regelen bij de afdeling Burgerzaken van het gemeentehuis in uw woonplaats.
De ''ziekenhuistas'' inpakken
Een bevalling kan u overvallen. Het is verstandig om de tas met spullen die u nodig heeft in het ziekenhuis tijdig in te pakken.
Waar moet u aan denken?
- Iets om de tijd te doden, voor uzelf en uw gezelschap
- Een fototoestel of filmcamera
- Een kort katoenen nachthemd of T-shirt om tijdens de bevalling te dragen
- Een of twee nachthemden en ondergoed voor na de bevalling; wilt u borstvoeding geven, dan bij voorkeur kleding die aan de voorkant open kan
- Een steungevende (voedings)BH
- Toiletartikelen
- Kleding voor de baby, zoals een rompertje, pakje, sokjes, jasje en mutsje. Ook als het niet koud is, is een mutsje belangrijk: baby's verliezen veel warmte via het hoofd.
- Ponskaartje, zorgpas (verzekeringsbewijs) en legitimatiebewijs.
Als u nog geen ponskaartje van het ZRT heeft, bijvoorbeeld omdat u poliklinisch bij ons bevalt, moet u dit voordat u gaat bevallen laten maken. Hier kunt u lezen wat u dan mee moet nemen en waar u moet zijn. Als u al een ponskaartje heeft, controleer dan even of alle gegevens nog kloppen. - Een €2-stuk voor het gebruik van de rolstoel als u met weeën naar het ziekenhuis komt.
Luiers en kraamverband hoeft u niet mee te nemen, die krijgt u van ons.
De bevalling
Wanneer belt u het ziekenhuis?
De hoofdregel is, u belt ons telkens wanneer u zich zorgen maakt, of wanneer er iets onverwachts gebeurt, met name voor de 36ste week.
Wees niet bang om ''voor niets'' te bellen, wij stellen u graag gerust.
In de volgende gevallen moet u direct bellen:
- Bloedverlies.
Dit is makkelijk te verwarren met het verlies van een onschuldige slijmprop. Die slijmprop is een normaal verschijnsel vanaf week 36 en is taai van structuur en helder van kleur, maar kan vermengd zijn met bruin, oud, bloed. Het verliezen van die slijmprop betekent overigens niet dat de bevalling gaat beginnen. - Verlies van vruchtwater.
Vruchtwater is niet altijd makkelijk te herkennen en tijdens de zwangerschap is het normaal dat u wat urine en afscheiding verliest. Als u meer dan eenmaal in een uur vocht verliest, kan dit duiden op het verlies van vruchtwater. Het kan gaan om slechts een paar druppels per uur. Let op de kleur van het vocht en probeer er iets van op te vangen. Als het hoofdje van het kind nog niet is ingedaald (dit heeft de gynaecoloog u al eerder aangegeven) moet u zo snel mogelijk gaan liggen. Is het hoofdje wel ingedaald, dan mag u blijven lopen, maar dus wel direct het ziekenhuis bellen. - U voelt de baby minder bewegen dan u de afgelopen periode gewend was.
- U heeft regelmatige weeën of pijnlijke harde buiken.
Bij een eerste kind kunt u bellen als u een uur lang, om de drie tot vijf minuten weeën heeft.
Bij een tweede of volgende kind kunt u bellen als u een uur lang, om de vijf tot zeven minuten weeën heeft.
Bij onregelmatige weeën hoeft u niet te bellen want die kunnen weer stoppen. Ook ''harde buiken'' betekenen niet het begin van de bevalling. - Wanneer er zich omstandigheden voordoen die door u en de gynaecoloog zijn besproken.
Het gaat beginnen: u komt naar ons toe
Als u gaat bevallen is het fijn als één of twee mensen u steunen en gezelschap houden. Meer mensen is helaas niet mogelijk. Als u met een keizersnede gaat bevallen mag één persoon de hele ingreep bij u in de operatiekamer blijven.
Van 7.00 tot 21.00 uur is de hoofdingang open en op andere tijden kunt u via de nachtingang naar binnen. Deze deur zit naast de hoofdingang en is ook de ingang naar de Huisartsenpost en SpoedEisende Hulp. Rechts naast de hoofdingang staan rolstoelen die u mag gebruiken om naar de afdeling Verloskunde op de vierde etage te komen. Let op: u heeft een muntstuk van €2 nodig.
Kraamsuites
Op afdeling A4 krijgt u uw eigen kraamsuite. Een kraamsuite is een ruimte waarin u samen met uw partner en/of anderen de geboorte en eerste unieke uren van uw baby kunt beleven in een huiselijke sfeer.
De bevalling en het verblijf hierna vinden plaats in dezelfde kamer. U blijft hier, afhankelijk van uw situatie, tot 72 uur na de bevalling.
Ons uitgangspunt is dat u en uw partner, net als thuis, de ruimte krijgen en nemen tot zelfzorg. Uw partner (of een andere persoon) kan ook 's nachts bij u blijven.
Uw eventuele andere kinderen zijn welkom als uw partner er is om voor hen te zorgen. Zij kunnen hier niet blijven overnachten.
Als u op de afdeling komt, begint een verpleegkundige met de eerste controles.
De ontsluiting
De eerste fase van de bevalling is de ontsluitingsfase en duurt het langste.
Bij een eerste kind moet u denken aan tussen de 8 en 24 uur, maar gemiddeld gaat men uit van 1 cm per uur. Volledige ontsluiting betekent 10 cm, dus u kunt rekenen op tien uur. De weeën zorgen ervoor dat de baarmoederhals weker en korter wordt en meer gaat openstaan. Soms breekt de verloskundige de vliezen, omdat de kracht van de weeën dan effectiever wordt. Dat doet geen pijn.
Af en toe meet de verloskundige de voortgang van de ontsluiting door inwendig met de vingers te voelen (vaginaal toucher). Als het nodig is kan men besluiten de hartslag van de baby te volgen via een CTG (cadiotocogram).
U krijgt twee banden om de buik met twee meetapparaatjes eraan. Het ene registreert de hartslag van de baby en het andere de weeënactiviteit. Zodra er voldoende ontsluiting is wordt de hartslag inwendig gemeten, via een draadje dat op het hoofdje van de baby wordt bevestigd. Ook kan een slangetje ingebracht worden om de kracht van de weeën te meten.
Tijdens een wee kan het voorkomen dat het apparaat de hartslag van de baby niet meer kan registreren en lijkt het alsof er even geen hartslag meer is. Dit is niets om u zorgen over te maken.
Soms krijgt u in deze fase al persweeën. Helaas mag u pas persen als u volledige ontsluiting heeft en zult u de persdrang moeten wegpuffen. Pas als u volledige ontsluiting heeft begint de volgende fase...
De uitdrijving
In deze fase maken de ontsluitingsweeën plaats voor persweeën. Als het goed gaat heeft u nu binnen een uur uw baby. Als dit niet uw eerste bevalling is, kan het heel snel gaan. Soms komt er een scheurtje in de huid, het slijmvlies van de vagina of de spieren van de bekkenbodem. Dit is niet ernstig en heeft te maken met de snelheid waarmee de baby wordt geboren en de rekbaarheid van het weefsel. Het komt regelmatig voor dat vrouwen tijdens het persen ontlasting verliezen. U hoeft zich daar natuurlijk niet voor te schamen.
De geboorte van de placenta
De derde fase is die van de geboorte van de placenta (moederkoek). De placenta komt los door milde weeën, waar u misschien nauwelijks iets van voelt. Binnen een kwartier tot een uur na de geboorte van het kind moet de placenta geboren worden.
Als dit niet snel genoeg gaat of er is teveel bloedverlies, krijgt u een hormoneninjectie in uw been. Hierdoor trekt de baarmoeder samen, waardoor de placenta los komt. De placenta wordt nog even gecontroleerd op afwijkingen.
Welke houding?
U bent vrij in het kiezen van een houding die u makkelijk vindt, mits het verantwoord is voor u en uw baby. Sommige vrouwen kiezen voor een baarkruk, of vinden het prettig om op handen en knieën te zitten. In ons ziekenhuis hebben we niet de faciliteiten om u een bevalling onder water te bieden.
Pijn!
Hoeveel pijn u zult voelen tijdens de bevalling is moeilijk te voorspellen. Niet iedereen ervaart pijn op dezelfde manier. Tijdens de bevalling bepaalt u samen met de verloskundige of de gynaecoloog wat voor u, op dat moment, nodig is.
Soms kan een warme douche of een warm bad wonderen doen om de spieren te laten ontspannen. Ook kunt u ontspannende oefeningen doen of afleiding zoeken, bijvoorbeeld door het luisteren naar muziek. Een populaire, maar niet wetenschappelijk bewezen, methode is TENS (Transcutane Elektrische Neuro Stimulatie). Met een apparaat worden zenuwen door lichte elektrische signalen gestimuleerd. Op onze polikliniek vindt u folders over het gebruik, maar u moet het apparaat wel zelf huren en meenemen.
Een andere keus is een injectie pethidine. Dit middel haalt de scherpe kantjes van de pijn, maar kan u slaperig maken. Sommige vrouwen hebben hierdoor achteraf het gevoel dat ze dingen hebben gemist.
De laatste optie is een ruggenprik (epiduraal). Hierbij krijgt u eerst een infuus waarna de anesthesioloog een katheter in uw rug inbrengt dat de hele bevalling blijft zitten. Ook wordt een blaaskatheter geplaatst. Het is niet mogelijk om daarna nog het bed uit te komen. Al deze methoden zijn altijd toegankelijk, dus er is geen tijdsdruk om te beslissen.
Soms gaat bevallen niet vanzelf
Soms is een ingreep nodig om de baby (sneller) geboren te laten worden.
- Inknippen (episiotomie).
De verloskundige of gynaecoloog geeft een kleine knip waardoor het geboortekanaal iets verruimd wordt. Dit gebeurt onder verdoving en tijdens een perswee. - Vacuümpomp.
Er wordt een zachte cup op het hoofdje van de baby geplaatst die door de klinische verloskundige of gynaecoloog handmatig wordt vacuüm gezogen.
Tijdens het persen helpt de verloskundige/gynaecoloog mee om het hoofdje geboren te laten worden.
De gynaecoloog kan er ook voor kiezen om een metalen cup op het hoofdje van uw baby te plaatsen.
Met een pomp zuigt de cup zich vast en kan de arts u, tijdens een perswee, assisteren door te trekken. Het is vaak wel nodig om in te knippen. Na de geboorte heeft uw baby een bult op de plek waar de cup heeft gezeten. Binnen een aantal uren trekt die bult weg. Als de baby hoofdpijn heeft kan de kinderarts pijnstilling voorschrijven. - Keizersnede.
Tijdens een bevalling kan het ineens nodig zijn een keizersnede toe te passen. Via een snee in de buik wordt uw baby op de operatiekamer geboren.
Na de bevalling
Direct na de bevalling wordt de baby op uw buik gelegd en kunt u elkaar voor het eerst zien en kennismaken. We proberen de baby zo lang mogelijk bloot bij de moeder te laten liggen; huid-huid contact is goed voor de binding. Na enige tijd wordt de baby gewogen, verzorgd en aangekleed zodat hij of zij het niet koud kan krijgen en wordt een dosis vitamine K, onmisbaar voor de bloedstolling, toegediend.
Voor het ontslag wordt uw baby in ieder geval eenmaal gezien door de kinderarts.
Soms is het nodig dat uw baby naar de couveuseafdeling gaat. In dat geval kan uw partner met de baby mee, terwijl de verloskundige of arts zich om u bekommert. Als u verzorgd bent wordt u met bed/rolstoel naar de couveuseafdeling gebracht om uw baby te zien.
Bij u wordt gecontroleerd of u bent ingescheurd. Een scheurtje hoeft niet altijd gehecht te worden, een knip wel. Daarna is er tijd om beschuit met muisjes te eten en iets te drinken. Op de kamer is een telefoon zodat u familie kunt bellen. Ook mag u uw eigen mobiele telefoon gebruiken. Overleg even met de verpleging wanneer bezoek welkom is, zodat u nog de tijd heeft om te wassen of douchen. De verpleging zal u hierbij ondersteunen.
Borstvoeding of flessenvoeding?
Ziekenhuis Rivierenland hanteert de visie dat borstvoeding als beste start wordt beschouwd voor bijna alle kinderen. Natuurlijk kunt u daarbij rekenen op deskundige informatie, instructie en begeleiding.
Wij kunnen u met trots melden dat onze kraamafdeling het WHO/UNICEF certificaat ''Zorg voor Borstvoeding'' heeft. Wat merkt u hiervan?
- Voor de bevalling kunt u al een informatieavond over borstvoeding bijwonen
- Als u onder behandeling van een van onze gynaecologen bent, kunt u op verzoek tijdens de zwangerschap een afspraak maken bij onze lactatiekundige
- Direct na de bevalling is er volop tijd voor het eerste contact met uw baby
- Al onze medewerkers zijn geschoold om u bij de borstvoeding zo goed mogelijk te begeleiden
- De baby ligt dag en nacht bij u op de kamer
- U voedt uw baby naar behoefte en niet op gezette tijden
- Uw baby krijgt van ons alleen bijvoeding als er een medische reden voor is
- Wij bieden u uitgebreide kolffaciliteiten
Als u borstvoeding geeft moet u de eerste maanden vitamine K bijgeven. De darmen van baby's kunnen de eerste maanden geen vitamine K uit het voedsel halen.
Kunstvoeding
Op onze afdeling werken wij met een kunstvoedingsprotocol, waarin staat hoe de voeding geregeld is. Hiermee wordt u op weg geholpen totdat na uw ontslag de kraamzorg het overneemt.
U hoeft geen kunstvoeding mee te nemen. Wij hebben standaard en hypoallergene kunstvoeding. Indien u meer dan twee dagen blijft is het raadzaam om uw eigen fles en speen mee te nemen zodat de baby hier aan kan wennen.
Naar huis of niet?
Als er bij u en uw baby geen medische reden is om te blijven, mag u na een paar uur al naar huis.
Indien u om medische reden in het ziekenhuis moet verblijven dan blijft u samen met uw baby op de kraamsuite.
Als de baby moeten blijven voor verdere controle, als dan niet op de kinderafdeling, kunt u bij ons in het ziekenhuis blijven. Informeer bij uw zorgverzekering hoeveel opnamedagen vergoed worden.
Zolang u bij ons blijft worden u en uw baby regelmatig door de verpleegkundigen gecontroleerd.
Ontslag
De kraamzorg moet door u of uw partner zo vroeg mogelijk op de hoogte gebracht worden van het tijdstip van uw ontslag. De verloskundige wordt door de verpleging geïnformeerd.
De verloskundige die u thuis controleert, wordt door de verpleging geinformeerd. Voor uw ontslag wordt u gevraagd een evaluatieformulier in te vullen en heeft u een ontslaggesprek met de klinisch verloskundige.
Als u naar huis gaat krijgt u van ons alle gegevens over de bevalling mee voor de verloskundige en de kraamhulp. Mochten u of uw baby nog voor controle terug moeten komen bij de gynaecoloog of de kinderarts, dan worden die afspraken direct gemaakt. Ook kan het zijn dat u recepten meekrijgt voor u of de baby.
Reacties of klachten
Bent u van mening dat er iets verkeerd is gegaan of anders aangepakt had moeten worden, bespreekt u dit dan met de betreffende verpleegkundige of arts.
Mocht er ondanks dat gesprek een onvoldaan gevoel bij u achterblijven, dan kunt u altijd een beroep doen op de patientencontactpersoon.
Aangeven bij de burgerlijke stand
Binnen drie dagen na de geboorte moet uw kind bij de burgerlijke stand van de gemeente waar het geboren is aangegeven worden. Alle baby's die bij ons in het ziekenhuis geboren worden, worden dus aangegeven in Tiel. Alle dagen, ook zon- en feestdagen, tellen mee.
Als de derde dag op een zaterdag, zondag of feestdag valt, wordt de termijn verlengd tot de volgende werkdag.
Bevoegd tot het doen van aangifte zijn: de moeder, de (wettelijke) vader of een ieder die aanwezig was bij de geboorte. Bij het aangeven moet een geldig legitimatiebewijs meegenomen worden. Als u gehuwd bent moet ook het trouwboekje mee. Als u niet gehuwd bent moet u ook een legitimatiebewijs van de moeder meenemen en, indien aanwezig, de akte van erkenning.
Aanvullende informatie, bijvoorbeeld over de nationaliteit van de baby en de openingstijden van het loket, vindt u op www.tiel.nl.
Let op: ook als een ongehuwde vader een kind heeft erkend, heeft alleen de moeder het ouderlijk gezag. Om ook de vader ouderlijk gezag te geven, moeten de ouders, na de geboorte, samen een verzoek tot aantekening in het gezagsregister indienen bij de rechtbank. Informatie hierover krijgt u bij het aangeven van de geboorte.
Hielprik
Als de baby vijf dagen oud is, wordt er bloed uit het hieltje van uw kind afgenomen om zo de eiwitstofwisseling en de schildklierwerking te kunnen controleren.
Dit gebeurt in het ziekenhuis of, als u al thuis bent, komt de consultatiebureauverpleegkundige bij u thuis. Als u drie weken niets hoort betekent dit dat de uitslag goed is. Zodra er een afwijkende uitslag is, meldt men dat direct.
Het kraambed na de eerste drukke week
Na de hectische eerste dagen komt u in een rustiger vaarwater. Het is belangrijk dat u deze tijd gebruikt om voldoende rust te nemen. Uw lichaam heeft de afgelopen maanden veel doorstaan en ook op emotioneel gebied brengt iedere nieuwe baby veranderingen met zich mee. Deze periode van herstel noemt men ''ontzwangeren'' en is zeker geen fabeltje: zes maanden tot een jaar na de bevalling kunt u nog klachten hebben als vergeetachtigheid, slapeloosheid, concentratieproblemen of duizeligheid. Aarzel niet om hier met anderen, waaronder uw huisarts, over te praten.
Hieronder een aantal dingen waar u rekening mee moet houden.
Bloedverlies
U kunt rekenen op zes tot acht weken onregelmatig en gering bloedverlies. Als het bloeden erg lang aanhoudt of u vindt dat u teveel bloedt, neem dan contact op met uw verloskundige.
Als u geen borstvoeding geeft kunt u de menstruatie binnen zes tot twaalf weken na de geboorte verwachten. Als u wel borstvoeding geeft kan het nog wat langer duren voordat u weer gaat menstrueren. Let op: het wegblijven van de menstruatie zegt niets over uw vruchtbaarheid. Het is een fabel dat borstvoeding u beschermt tegen een volgende zwangerschap.
Geslachtsgemeenschap
Het is verstandig om te wachten tot het bloedverlies is gestopt. Als u hechtingen heeft gehad kan het litteken nog een paar maanden na de bevalling gevoelig blijven. Het is een goed idee dit met uw partner te bespreken. Realiseert u zich ook dat de bevalling, borstvoeding of het voedingsschema geen enkele invloed hebben op uw vruchtbaarheid. Een goede anticonceptie is noodzakelijk als u niet direct weer zwanger wilt worden. Uw huisarts en verloskundige kunnen u hierover informeren.
De buik- en bekkenbodemspieren
Uw buik- en bekkenbodemspieren hebben veel te leiden gehad van de zwangerschap en bevalling. In eerste instantie is het goed als u de spieren rust geeft, maar al snel kunt u beginnen met oefeningen om ze weer in conditie te krijgen. Uw huisarts en verloskundige kunnen u oefeningen opgeven, maar in veel plaatsen is het ook mogelijk postnatale gymnastiek te volgen. U thuiszorgorganisatie kan u meer informatie geven. Als u uw kraambed in het ziekenhuis doorbrengt kan de klinisch verloskundige het nodig vinden dat u bij het oefenen begeleid wordt door een fysiotherapeut.
Kom langzaam weer op gewicht
Tijdens de zwangerschap is het normaal om tien tot twaalf kilo aan te komen. Na de bevalling willen veel vrouwen weer snel in hun oude kleding, maar dat valt vaak tegen. Door uw hormoonhuishouding na een zwangerschap raakt u die extra kilo's niet snel kwijt. Geef uzelf zo'n zes maanden de tijd om weer op gewicht te komen en doe het op een verstandige manier. Volg geen radicale diëten, zeker niet als u borstvoeding geeft. Borstvoeding kost uw lichaam veel energie en die energie moet u er via gezonde voeding instoppen.
Gezonde voeding betekent: twee stuks fruit, twee ons groente en voldoende zuivel- en volkorenproducten. Voor de lekkere trek wat extra fruit of yoghurt. Ook is lichaamsbeweging gezond, maar begin niet te snel en bouw het langzaam op.
Emoties
Iedere geboorte brengt veranderingen met zich mee en die kunnen hun uitwerking op u hebben. De roze wolk is soms gewoon een wolk. U kunt last krijgen van stemmingswisselingen, vermoeidheid, onvrede over de nieuwe situatie of zelfs wanhoop en twijfel. Deze gevoelens zijn vervelend, maar zeker niet ongewoon en u hoeft zich er geen zorgen over te maken. Ook als u de baby soms niet meer ''zo lief'' vindt, bent u niet de enige. U zult merken dat praten helpt: alles lijkt daarna wat luchtiger en u merkt dat velen u voor zijn gegaan of er nu, net als u, midden in zitten.
Nacontrole
Ongeveer zes weken na de bevalling volgt een nacontrole. Afhankelijk van uw situatie wordt die uitgevoerd door de gynaecoloog of de verloskundige. Als de afspraak bij de gynaecoloog is, heeft u die bij uw ontslag al meegekregen. U komt dan langs op de polikliniek Gynaecologie.




