Angiografie en Dotteren (bij vernauwde bloedvaten) (PTA)
Vernauwing van een (slag)ader
Na een eerder traject van vaatonderzoek, is bij u een vernauwing van een (slag)ader vastgesteld. Op de afdeling Radiologie kunnen we nauwkeurig bekijken waar de vernauwing zit, hoe deze eruit ziet en de vernauwing behandelen.
U wordt ontvangen door een team dat bestaat uit een radioloog, 2 of 3 röntgenlaboranten en een verpleegkundige.
In de behandelkamer gaat u op een smalle tafel liggen, onder een röntgenappararaat. Nadat uw liezen gedesinfecteerd zijn, komt u onder een steriel laken te liggen.
De radioloog en de assisterende laborant hebben steriele kleding aan, en mond en haren bedekt. Zo creeëren we een ''schoon'' werkveld.
De lies wordt plaatselijke verdoofd. Zodra de verdoving goed werkt, zoekt de radioloog met behulp van echo-apparatuur de (slag)ader op.
De slagader wordt aangeprikt en er wordt een soepel hulsje in de (slag)ader geplaatst. Via dit hulsje kan een katheter, dat is een dun slangetje, worden ingebracht.
Via de katheter wordt er nu rontgencontrastvloeistof in het vat gespoten en starten we met het maken van röntgenopnamen van de slagader.
Behandeling
Een mogelijke behandeling is het ''dotteren'' van het vernauwde bloedvat. Terwijl u onder het röntgenpparaat ligt (''onder doorlichting'') brengen we een ballonnetje naar de vernauwing. Op die plek wordt het ballonnetje opgeblazen.
Een andere manier is het plaatsen van een stent, een metalen veertje, die het bloedvat ter hoogte van de vernauwing open houdt.





