U bent nu hier: Home  >> Cardiologie  >> Behandelingen  >> Bypass-operatie
    

Bypass-operatie

Bypass-operatie of Coronary artery bypass graft (CABG)

Bij een bypass-operatie, ook wel omleidingsoperatie genoemd, wordt de vernauwing van uw kransslagader niet verholpen, maar omzeild. Met behulp van nieuwe bloedvaten wordt een omleiding gemaakt zodat het bloed het hart weer goed kan bereiken.

De keuze voor een dotterbehandeling of een bypass is maatwerk, want iedere patiënt is anders.
Kort gezegd komt u in aanmerking voor een bypass-operatie als in uw situatie een behandeling met medicijnen of een dotterbehandeling niet geschikt of voldoende is.
De arts kiest in ieder geval voor een bypass wanneer u meer dan één vernauwde kransslagader heeft of een vernauwing is zo ernstig dat de dotterballon er niet doorheen kan.

Samenwerking Rivierenland Ziekenhuis en het St. Antonius in Nieuwegein

In het Rivierenland Ziekenhuis worden geen bypass-operaties uitgevoerd.
Als u bij ons onder behandeling bent, vinden alle voorbereidingen en de controles hier plaats.

De operatie vindt in het St. Antonius in Nieuwegein plaats.
Het St. Antonius is een van de grootste hartcentra in Nederland, met een uitstekende reputatie.

Na de operatie zult u nog ongeveer vier dagen in Nieuwegein blijven, daarna komt u verder herstellen bij ons in het Rivierenland Ziekenhuis. In totaal ligt u ongeveer zeven tot tien dagen in het ziekenhuis.

Voorbereidende onderzoeken

Het is belangrijk dat voor de operatie zoveel mogelijk informatie over uw gezondheidstoestand, uw hart en uw kransslagaders wordt verzameld. De volgende onderzoeken kunt u verwachten:

  • Een lichamelijk onderzoek
  • Een hartfilmpje (ECG)
  • Laboratoriumonderzoek. Via bloed onderzoekt men onder andere de stollingstijd van uw bloed en de werking van uw nieren en lever.
  • Thoraxfoto. Dit is een röntgenfoto van de borstkas. Op de foto zijn met name de longen, de contouren van het hart en de botten te zien.
  • Hartkatheterisatie
  • Indien gewenst kan ook uw longfunctie getest worden.

Uw voorbereidingen

De aanloop naar de operatie

Het is belangrijk dat uw lichaam in een zo goed mogelijke conditie verkeert als u geopereerd moet worden, daarom geven we u een aantal dringende adviezen.

Wanneer u een hart- of vaatprobleem heeft is het belangrijk dat u volledig stopt met roken, maar als u daartoe (nog) niet bereid bent vragen wij u in ieder geval zes weken voor en zes weken na de operatie te stoppen. Roken vernauwt de bloedvaten en belemmert het herstel.
We verzoeken u ook twee dagen voor en twee dagen na de operatie geen alcohol te gebruiken. Alcohol maakt het bloed dunner waardoor u tijdens en na de ingreep meer bloed zult verliezen.

Als u last heeft van overgewicht is het belangrijk te proberen hier op korte termijn iets aan te doen. Uw cardioloog kan u verwijzen naar een diëtist van het Rivierenland Ziekenhuis om u hierbij te helpen.

Omdat ademhalen en hoesten na de operatie onaangenaam kan zijn, komt een fysiotherapeut u technieken leren die u hierbij helpen.

Net als voor elke operatie moet u, in overleg met uw arts, stoppen met bloedverdunnende middelen. Een dag na de operatie mag u die weer innemen. Als u weet of vermoedt dat u zwanger bent moet u dit ter sprake brengen.

Als u na thuiskomst hulp nodig heeft is het belangrijk dat u tijdig thuiszorg regelt.
Het is gebruikelijk dat een patiënt een contactpersoon aanwijst die de communicatie tussen het ziekenhuis en uw familie, vrienden en belangstellenden kan regelen totdat u dat zelf weer kunt.

Poli-bezoek St. Antonius Ziekenhuis

Enige weken voor de operatie wordt u gezien op de poli Cardiologie van het St. Antonius Ziekenhuis.
U heeft nogmaals een gesprek met een cardioloog, die u nogmaals nakijkt en controleert of alle benodigde gegevens aanwezig zijn. Vaak vindt dan nogmaals onderzoek plaats (ECG, thoraxfoto, laboratoriumonderzoek). Het kan ook zijn dat verder aanvullend onderzoek wordt afgesproken.

Behalve met de cardioloog heeft u ook een gesprek met een verpleegkundige die u uitgebreid voorlichting zal geven over de gang van zaken rond de operatie.

De wachttijd voor de operatie en de oproep voor de ingreep worden geregeld via het secretariaat Thoraxchirurgie van het St. Antonius Ziekenhuis.

Opname voor de operatie

U wordt 2 dagen voorafgaand aan de operatie opgenomen.
Als u op dat moment al bent opgenomen in het Rivierenland Ziekenhuis, wordt u meestal 1 dag voor de operatie overgeplaatst naar het St. Antonius Ziekenhuis.
U mag iemand meenemen om u gezelschap te houden.

Omdat de operatie onder volledige narcose plaatsvindt krijgt u een gesprek met de anesthesioloog. Let op, vrouwen die de anticonceptiepil slikken moeten die blijven slikken, maar gedurende de rest van de cyclus is de bescherming, in verband met de narcose, onvolledig.

Vervolgens heeft u een gesprek met de thoraxchirurg (hartchirurg) die u gaat opereren. Samen met u bespreekt de arts de laatste dingen.
Als u suikerziekte heeft zal de arts u vertellen welke dosis insuline u moet nemen op de dag van de ingreep.

De dag van de operatie

Voor de operatie

Voor de operatie moet u nuchter zijn. Dat betekent dat als u vóór 13.00 uur wordt geopereerd, u vanaf middernacht voorafgaand aan de operatie niets meer mag eten. Wordt u na 13.00 uur geopereerd dan mag u vóór 8.00 uur nog een licht ontbijt.
Tot drie uur voor uw ingreep mag u nog iets drinken, maar alleen koffie zonder melk(poeder), thee, frisdranken, ranja of water. Let op, u mag absoluut geen melk, of melkproducten of vruchtensappen drinken. Maakt u zich geen zorgen over een slokje water tijdens het tandenpoetsen of om medicijnen in te nemen.

Gebruik op de dag van de operatie geen bodylotion. Het is dan namelijk moeilijk om uw huid schoon en vetvrij te krijgen. Sieraden, piercings, make-up, nagellak en kunstnagels mag u allemaal niet aan of op hebben in de operatiekamer.
Een verpleegkundige komt, indien nodig, uw borstkas scheren.

Een uur voor de operatie krijgt u een pilletje om te ontspannen en het kan zijn dat u hiervan al in slaap valt en pas na de operatie wakker wordt.
Uw kunstgebit, bril, contactlenzen en gehoorapparaat mogen niet met u mee de operatiekamer in, behalve als u uw bril of gehoorapparaat nodig heeft om met de arts te communiceren.

De operatie

In de operatiekamer wordt u op bewakingsapparatuur aangesloten. De anesthesioloog dient u via een infuus in de arm de narcose toe. Als u slaapt krijgt u een katheter in de blaas.

Het bereiken van het hart

De arts bereikt uw hart gewoonlijk door een snee van ongeveer 15 cm over de lengte van uw borstkas te maken en vervolgens het borstbeen open te zagen.
Als het slechts om het aanleggen van één omleiding, op een makkelijk te bereiken plek gaat, kan de arts volstaan met een kleine opening tussen twee ribben, een zogenaamd ''sleutelgat''.

Eerst bekijkt de arts uw kransslagaders grondig. Natuurlijk is er al veel zichtbaar gemaakt tijdens de hartkatheterisatie, maar pas nu de borstkas open is, wordt het definitieve aantal vernauwingen vastgesteld. Het kan namelijk nu pas duidelijk worden dat een kransslagader veel kleiner is dan hij leek op het beeldscherm.

Het stilleggen van (een deel van) het hart

Om nauwkeurig te kunnen opereren moet het hart of een gedeelte ervan stilgelegd worden.
Bij de traditionele methode wordt het hele hart stilgelegd met een speciale vloeistof of door een elektrische schok.
Eerst worden de grote bloedvaten aangesloten op de hart-longmachine die de werking van het hart zo goed mogelijk overneemt.

Om ervoor te zorgen dat uw organen tijdens de operatie zo min mogelijk zuurstof nodig hebben, wordt uw lichaam gekoeld.
De ontwikkelingen aan de hart-longmachine staan niet stil, maar inmiddels is er een nieuwe methode ontwikkeld, die minder belastend is voor uw lichaam en die minder complicaties geeft.

Deze methode heet de Minimal Invasive techniek. Bij deze techniek hoeft u niet aangesloten te worden op de hart-longmachine, daarom noemt men dit een ''off-pump techniek''.

Deze techniek heeft een aantal voordelen: omdat u niet bent aangesloten op de hart-longmachine hoeven uw organen niet gekoeld te worden. Hierdoor hoeft u minder lang in het ziekenhuis te blijven en is er minder kans op complicaties.
De traditionele methode kan echter nog zeker niet gemist worden. Wanneer de operatie op een moeilijk te bereiken plek van het hart moet plaatsvinden, wanneer de patiënt onstabiel is of wanneer een bypass-operatie gecombineerd wordt met een andere openhartoperatie is de hart-longmachine nog steeds onmisbaar.

Qua veiligheid zijn beide technieken gelijkwaardig.

Het omleggen van de bloedvaten

Slagaders hebben extra gladde, stevige wanden om de grote druk van wild stromend bloed te kunnen weerstaan. Voor het omleggen van de bloedstroom die door de vernauwde kransslagader gaat, gebruikt de chirurg daarom bij voorkeur een andere slagader.
De meest geschikte bloedvaten voor een bypass lopen door de borstkas en worden LIMA (left internal mammary artery) en RIMA (right internal mammary artery) genoemd. Vaak heeft de arts niet genoeg aan twee vaten en wordt een slagader uit uw onderarm gehaald.
Dat is geen probleem, het lichaam kan dit vat missen en vindt een andere manier om het weefsel te doorbloeden.

Als er nog meer vaten nodig zijn, zal de arts genoegen moeten nemen met een ader, geen slagader, uit het been. Deze aders voldoen goed, zeker bij minder belangrijke omleidingen.

U zult dus, naast een litteken op de borst, ook een litteken op uw been hebben. Meestal is dit laatste litteken op het onderbeen.

De slagaders uit de borstkas worden aan één kant losgemaakt en aangesloten op de kransslagader, na het vernauwde deel.
Een bloedvat dat van elders komt, wordt helemaal losgemaakt en aan de ene kant vastgemaakt aan de lichaamsslagader (aorta) en aan de andere kant aan de vernauwde kransslagader.

Afronding

Als uw hart tijdens de operatie volledig stilgelegd is, moet het na het aanhechten van alle bloedvaten weer op gang komen. Gelukkig doet het hart dit helemaal zelfstandig, na het uitschakelen van de hart-longmachine.
Zodra er voldoende bloed in het hart zit gaat het kloppen.

Bij de Minimaal Invasieve Techniek is de werking van het hart nooit gestopt en wordt simpelweg het klemmetje verwijderd.

Het borstbeen wordt gehecht met dun staaldraad, dat in principe de rest van uw leven blijft zitten.
De operatie duurt ongeveer drie tot vier uur.

Na de operatie

U wordt wakker op de intensive care. Vaak zal dit een paar uur na de operatie zijn, maar soms is het, vanwege complicaties, nodig dat u iets langer in slaap gehouden wordt.
De meest voorkomende complicatie op dat moment is nabloeding in de borstkas. Hiervoor moet de chirurg uw borstkas weer openmaken om de bloeding te stoppen. De hart-longmachine is hiervoor niet nodig.

Bij het wakker worden heeft u nog steeds een buisje in de keel, omdat u nog kunstmatig beademd wordt. Dat is een vreemd gevoel en verhinderd u om te praten. Zodra u zelfstandig kunt ademen wordt het buisje verwijderd.
Als alles goed gaat, mag u de volgende dag naar de verpleegafdeling en die middag mag u al even uit bed.

De helften van uw borstbeen zijn zo stevig aan elkaar gehecht dat ze niet kunnen verschuiven. U kunt dus gewoon op uw zij, buik of rug liggen.
De derde dag na de operatie doet men wat controleonderzoeken.
Als alle uitslagen goed zijn mag u op de vierde dag terug naar het Rivierenland Ziekenhuis.

Op de zevende dag worden de hechtingen in de huid verwijderd. Op de dag van uw ontslag mag u niet zelf autorijden of fietsen.

Weer thuis

Herstellen van een hartoperatie kost tijd, zowel lichamelijk als geestelijk. Het kan zijn dat u, maar ook uw partner, door de aandoening en de operatie erg bezorgd geworden zijn.
Misschien is het moeilijk het hart weer te vertrouwen. Ook kunt u plotseling overvallen worden door heftige emoties als verdriet of boosheid.
Dit is normaal. Neem de tijd om te herstellen, maar probeer zo snel mogelijk uw normale leven en ritme weer op te pakken, dan verdwijnen de klachten vaak weer.

Uw huisarts kan u helpen als u klachten blijft houden.

Om uw hart weer in conditie te krijgen en om u weer zekerheid en vertrouwen te geven heeft het Rivierenland Ziekenhuis een hartrevalidatieafdeling.
Wij raden u sterk aan deel te nemen aan het revalidatieprogramma.

Hoe uw herstel na de operatie verloopt hangt onder andere af van uw conditie, uw leeftijd en of u nog andere aandoeningen heeft, bijvoorbeeld suikerziekte.
Bij elke hart- en vaataandoening is het verstandig de regels voor een gezonde levensstijl in acht te nemen.

De eerste weken zult u nog last hebben van de spieren en pezen die tijdens de operatie opzij geduwd zijn.
U mag daarom zes weken niet zwaar tillen en geen zwaar huishoudelijk werk doen, maar het is wel belangrijk om in beweging te blijven.

Hoesten, niezen en persen blijven ook enige tijd gevoelig.
Seks is niet belastend voor uw hart en niet schadelijk voor de genezing. Als u en uw partner er aan toe zijn is er geen belemmering.

Als er een ader uit uw been is verwijderd, moet u vier tot zes weken een steunkous dragen. De kous helpt het bloed terug te stromen naar het hart.

Na vier weken mag u, als u zich goed voelt, weer gaan fietsen, maar na zes weken pas weer autorijden in verband met stijve spieren in uw nek en schouders.

Na vier weken komt u op controle bij de polikliniek Cardiologie van het Rivierenland Ziekenhuis (route 6).

Uw mag over het algemeen na drie tot zes maanden weer aan het werk, afhankelijk van het werk dat u doet.
Bespreek uw ideeën hierover vroegtijdig met uw werkgever, bedrijfsarts, huisarts en cardioloog.

Risico's en complicaties

Een bypass-operatie is een veilige, veeltoegepaste ingreep die weinig risico's kent.
De kans op complicaties hangt onder andere samen met uw leeftijd, uw lichamelijke conditie, uw eventuele overige aandoeningen en of u rookt of heeft gerookt.

Omdat risico's nooit uit te sluiten zijn, geven we u een overzicht.

  • Bloeding
  • Pijnlijke, rode zwelling op de borst, in combinatie met (lichte) koorts
  • Koorts boven de 38,5 C
  • Ernstige pijn
  • Onregelmatige of snelle hartslag
  • Kortademigheid
  • Toenemende hoest en opgeven van groen of geel slijm

In bovenstaande gevallen is het verstandig dat u contact opneemt met uw huisarts of met de Eerste Hart Hulp van het Rivierenland Ziekenhuis in Tiel.

De lange termijn

Een bypass-operatie is nauwelijks van invloed op uw levensverwachting, behalve als uw hartaandoening zeer ernstig was voor de operatie.
Ongeveer 80% van de patiënten is de klachten blijvend kwijt, in de overige gevallen blijven er (milde) restklachten over.

Of u nu restklachten heeft of niet: het is belangrijk dat u trouw de medicijnen inneemt die de arts u voorschrijft om toekomstige problemen te voorkomen.
De operatie heeft natuurlijk niet uw onderliggende hartprobleem weggenomen. Daarom is het aanpassen van uw levensstijl zo belangrijk. Bij patiënten die na de operatie blijven roken kunnen er zoveel restklachten blijven, dat de vraag ontstaat of de operatie voor die mensen wel zinvol is.