U bent nu hier: Home  >> Oncologische Gynaecologie  >> Aandoeningen  >> Vulvacarcinoom
    

Vulvacarcinoom

Vulvacarcinoom: een kwaadaardige tumor aan de uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen

Achtergrond

Wat is de vulva?

Alle aan de buitenkant zichtbare delen van de vrouwelijke geslachtsorganen noemen we de vulva. De vulva is dus het gebied rondom de vaginaopening van venusheuvel, vooraan, tot anus, achteraan. In dit gebied liggen, behalve de grote en kleine schaamlippen en de clitoris, ook de ingang van het plaskanaal, (de rand van) het maagdenvlies en het perineum (de huid tussen vaginaopening en anus).

(Kwaadaardige) tumor

De meeste gewone cellen in uw lichaam kunnen zich delen. Dat is nodig voor bijvoorbeeld herstel en groei. Als deze deling niet goed gereguleerd wordt kan een normale cel ongeremd gaan groeien. Een ongeremd groeiende cel verandert dan in een kwaadaardig woekerende cel en kan uiteindelijk tot een tumor (gezwel) uitgroeien. U heeft dan ''kanker''.
De tumor heeft eigenschappen die te maken hebben met de cellen waaruit hij is ontstaan. Sommige tumoren reageren daarom beter op een behandeling met bijvoorbeeld chemotherapie dan andere.

Tumoren aan de vulva

Als zich op de schaamlippen of op een ander plek van de vulva een kwaadaardige tumor ontwikkeld, noemen we dat een vulvacarcinoom. Omdat de vulva bestaat uit verschillende soorten weefsel (huid, klieren, slijmvlies), zijn er verschillende soorten vulvacarcinomen.
De meest voorkomende soort (70%) zijn tumoren van de bovenste laag van de huid. Over het algemeen zijn dat traaggroeiende tumoren. In een vroeg stadium ontdekt, zijn vulvacarcinomen over het algemeen redelijk succesvol te behandelen.

Soorten tumoren van de vulva

Het merendeel (70%) van de tumoren van de vulva zijn tumoren van de bovenste laag van de huid en heten ook wel plaveiselcelcarcinoom.
Een ander deel (20%) van de tumoren van de vulva onstaat vanuit de pimentcellen in de huid (melanoom).
Deze soort vulvacarcinomen hebben dezelfde kenmerken als melanomen op andere plekken op het lichaam.
Zeldzamer zijn tumoren die ontstaan vanuit de diepere gelegen huidcellen (basaalcelcarcinoom) en kliercellen (adenocarcinoom van de vulva).

Een niet-kwaadaardig voorstadium: ''VIN''

Net als bij baarmoederhalskanker, is er bij vulvakanker een ''voorstadium''. Er zijn dan wel onrustige of afwijkende cellen te zien, maar deze zijn (nog) niet kwaadaardig. Deze zogenaamde VIN's (Vulvaire Intra-epitheliale Neoplasie) worden aangegeven met een nummer, I, II of III. Alleen het voorstadium VIN III kan kwaadaardig worden.

Mogelijke oorzaken

Er zijn een aantal factoren die het risico op het krijgen van een vulvacarcinoom verhogen.
Eén daarvan is HPV (humaan papilloma virus). De helft van de plaveiselcelcarcinomen van de vulva wordt hierdoor veroorzaakt. Een ander factor is een jarenlange chronische irritatie van de vulva, bijvoorbeeld door lichen sclerosus.
Het is dan ook van belang dat u bij irritatie van de vulva, als die enkele weken aanhoudt of dikwijls terugkeert, naar uw huisarts gaat.

Klachten, wanneer naar de huisarts?

Ondanks dat u de afwijking kunt zien of voelen geven vulvatumoren niet altijd klachten. Als er klachten zijn, zijn die algemeen van vaak aard: branderigheid bij het plassen, jeuk, ruwe plekjes, bobbeltjes, een wondje en soms wat afscheiding (soms bloederig).

Veel vrouwen herkennen deze algemene klachten niet als ernstig, schamen zich soms en stellen een bezoek aan de huisarts lang uit. Omdat vulvacarcinomen niet veel voorkomen herkennen, op hun beurt, veel huisartsen de algemene klachten niet als (een beginstadium van) een kwaadaardige aandoening.

Naar de huisarts

Als de algemene klachten langer dan een paar weken aanhouden, of wel weggaan maar telkens terugkomen, raden we u aan naar de huisarts te gaan.
Het komt nog steeds voor dat jeuk, door lichen sclerosis veroorzaakt, niet voldoende wordt behandeld en gecontroleerd. Patiënten met telkens terugkerende jeukklachten willen niet altijd weer opnieuw naar de huisarts gaan. Wij raden u aan dat toch te blijven doen. Ook wondjes aan de vulva, waarvan u niet kunt herleiden hoe ze zijn ontstaan, raden we aan door de huisarts verder te laten onderzoeken. Bloedverlies uit wondjes is altijd verdacht en verdient verder onderzoek.

Onderzoeken

Met het blote oog is niet goed vast te stellen of een verdachte plek ook werkelijk kwaadaardig is.

Een biopsie

De gynaecoloog zal daarom een stukje weefsel (biopt) met behulp van een stansje of mesje weghalen voor verder microscopisch onderzoek. Dit gebeurt over het algemeen poliklinisch en onder plaatselijke verdoving.

Vervolgonderzoeken

Als blijkt dat het stukje weefsel kwaadaardige cellen bevat, komt u terug voor een uitgebreid vervolgonderzoek.
Dit bestaat uit een uitgebreid lichamelijk onderzoek van onder andere de lymfeklieren in de liezen.
Ook een inwendig onderzoek wordt gedaan en soms wordt een uitstrijkje gemaakt. De plek en grootte van de tumor worden nauwkeurig opgemeten en vastgelegd (tekening, foto). Er wordt bloed afgenomen en uw urine wordt onderzocht.
Ook een röntgenfoto (longen), een MRI of een CT-scan van het bekken worden soms gedaan. Bij grote tumoren is het soms nodig om, onder narcose, onderzoek te doen aan het rectum (rectoscopie) en de plasbuis (urethrocystoscopie).

Onzekerheid

Het zal enige tijd duren voordat alle onderzoeken zijn gedaan en alle resultaten bekend zijn, zodat een behandelplan kan worden gemaakt.
Dit is voor u een onzekere en spannende periode. We proberen u zoveel mogelijk te helpen door goede informatie over alle verschillende onderzoeken te geven. Daarnaast kan onze afdeling Medisch Maatschappelijk werk u wellicht op weg helpen. Ook lotgenotencontact wordt door veel vrouwen als prettig ervaren; neemt u bijvoorbeeld contact op met de Stichting Olijf.

Behandeling

Indien er bij u een vulvacarcinoom wordt vastgesteld, wordt u verwezen naar het Academisch Ziekenhuis in Utrecht of Nijmegen voor verdere behandeling.
De behandeling wordt door een groot aantal individuele factoren bepaald. De grootte van de tumor, maar ook uw algemene lichamelijke conditie spelen daarbij een grote rol.
De behandelingen die hieronder worden beschreven hebben als doel u een goed algemeen beeld te geven van wat u te wachten staat.
Voor uw persoonlijke situatie kan dit dus anders zijn.

De operatie

In principe wordt een vulvacarcinoom chirurgisch behandeld: het afwijkende weefsel wordt weggehaald tijdens een operatie. Soms is het nodig daarbij (een deel) van de schaamlippen en/of de clitoris weg te nemen.

Meestal wordt in de lies eerst een speciale lymfeklier, de zogenaamde poortwachterklier, weggehaald. Dat gebeurt via een snee in de lies. Als er in deze klier geen afwijkende cellen worden aangetroffen, is de tumor niet uitgezaaid. Twee weken later wordt u dan opnieuw geopereerd; deze keer wordt al het aangedane weefsel verwijderd.

Aanvullende behandelingen
Chemotherapie

Chemotherapie is een behandeling met medicijnen die het delen van cellen remmen.

Een tumor groeit doordat de cellen van de tumor zich snel en ongeremd delen. Door nu de deling van de kwaadaardige cellen in de tumor te remmen, kan de tumor niet langer groter worden. Als er losgelaten tumorcellen zijn (''uitzaaiingen) kunnen deze niet uitgroeien tot nieuwe tumoren.

Omdat ook uw gezonde cellen de celdelende medicijnen opnemen, worden ook de gezonde cellen geremd in hun normale groei en herstel. Gezonde cellen die vaak delen zitten bijvoorbeeld in de darmen, in het beenmerg en in de huid. Vandaar dat u van chemotherapie vaak diarree en bloedarmoede krijgt en soms (tijdelijk) kaal wordt.

Radiotherapie

Radiotherapie en een behandeling waarbij, met behulp van straling, delende cellen worden geremd in hun groei of helemaal vernietigd.

Na de operatie

Het duurt soms enige weken voordat de wond zal zijn genezen. Om dit zo goed mogelijk te laten verlopen wordt tijdens de operatie in de blaas een slangetje (katheter) aangebracht, waardoor de urine in een zakje loopt.
Ook worden er wonddrains aangebracht. Deze slangetjes voeren het wondvocht af. Pas als er geen overtollig wondvocht meer is worden de slangetjes verwijderd.

Een hersteloperatie

Soms is noodzakelijk dat een groot deel van de vulva wordt weggehaald. Om bijvoorbeeld geslachtsgemeenschap toch mogelijk te maken kan via reconstructieve plastische chirurgie een nieuwe vulva worden gemaakt.

Moet een voorstadium van vulvakanker (VIN) behandeld worden?

In principe zal er een plaatselijk behandeling worden gedaan. Het is natuurlijk afhankelijk van de afwijking en de klachten welke behandeling het meest geschikt is. Dat kan een operatie zijn, maar wellicht kunnen we volstaan met een behandeling met laserlicht. Dikwijls is een combinatie het beste.
Rekent u in ieder geval op een zeer lange periode van controles bij de gynaecoloog.


Cijfers over vulvacarcinoom

In Nederland krijgen ongeveer 200 vrouwen per jaar vulvacarinoom. Het komt dus niet zo vaak voor.
Meestal gaat het om vrouwen boven de 70 (54%).
In de leeftijdsgroep tussen de 20 en 40 jaar zijn er ongeveer 10 gevallen per jaar in heel Nederland.