Baarmoederhalskanker (Cervixcarcinoom)
Baarmoederhalskanker (Cervix carcinoom)
Achtergrond
Wat is de cervix?
Een ander woord voor cervix is baarmoederhals. Aan het einde van de baarmoederhals is een opening, de baarmoedermond, waardoor menstruatiebloed vanuit de baarmoeder naar buiten kan, naar de vagina. Baarmoederhals en baarmoedermond zijn bedekt met slijmvlies en vormen zo een barriere voor infecties.
De baarmoederhals is stevig gesloten en houdt tijdens de zwangerschap de baby binnen. Tijdens de bevalling gaat de baarmoederhals open (de ontsluiting).
Over de baarmoeder
De baarmoeder (uterus) zit onderin de buik, in het kleine bekken. Het is qua grootte en vorm vergelijkbaar met een kleine peer (ondersteboven). Het is eigenlijk een sterkte holle spier, van binnen bedekt met slijmvlies.
Het bovenste deel (3/4) wordt het baarmoederlichaam genoemd; het onderste(1/4) stuk heet de baarmoederhals of cervix.
(Kwaadaardige) tumoren
De meeste gewone cellen in uw lichaam kunnen zich delen. Dat is nodig voor bijvoorbeeld herstel en groei. Als deze deling niet goed gereguleerd wordt kan een normale cel ongeremd gaan groeien. Een ongeremd groeiende cel verandert dan in een kwaadaardig woekerende cel en kan uiteindelijk tot een tumor (gezwel) uitgroeien. U heeft dan ''kanker''.
De tumor heeft eigenschappen die te maken hebben met de cellen waaruit hij is ontstaan. Sommige tumoren reageren daarom beter op een behandeling met bijvoorbeeld chemotherapie dan andere.
Een tumor van de baarmoederhals
Een gezwel (van het slijmvlies) van de cervix heet een cervix carcinoom of baarmoederhalskanker. Vaak zitten de afwijkende cellen in het overgangsgebied tussen de baarmoederhals en de baarmoedermond.
Een -nog niet kwaadaardig- voorstadium
Baarmoederhalskanker ontwikkelt zich vanuit een - nog niet kwaadaardig - voorstadium. Dit voorstadium kan ontdekt worden met behulp van een uitstrijkje.
Meestal ruimt het lichaam de afwijkende cellen op. Het duurt 5-15 jaar voordat een voorstadium tot baarmoederhalskanker uitgroeit.
Baarmoederhalskanker is een andere aandoening dan baarmoederkanker (endometrium carcinoom).
Klachten
Baarmoederhalskanker komt voor bij vrouwen tussen de 15 en 90 jaar. Er is een piek tussen de 35 en de 50.
In het allereerste begin heeft u geen klachten. Het eerste wat de meeste vrouwen merken is wat ongewoon bloedverlies of afscheiding; soms alleen wat bruine veegjes, soms tijdens of na gemeenschap (contactbloeding).
Het is aan te raden om naar de huisarts te gaan als u tussentijds bloedverlies heeft.
Pas in een verder gevorderd stadium geeft baarmoederhalskanker echte klachten, zoals last bij plassen en ontlasting, pijn in de onderbuik en onderin de rug en onprettig ruikende afscheiding.
Onderzoeken
Als de huisarts denkt dat u misschien (een voorstadium van) een kwaadaardige aandoening aan de baarmoeder(hals) heeft, wordt u, voor verder onderzoek, doorverwezen naar de gynaecoloog. In het ziekenhuis zult u verschillende onderzoeken krijgen om erachter te komen waar uw klachten vandaan komen.
Vragen
De gynaecoloog zal u uitgebreid vragen naar uw klachten en het vóórkomen van kanker in uw familie.
Lichamelijk en beeldvormend onderzoek
U krijgt een uitgebreid uitwendig (buik, longen, gewicht, voelen van lymfeklieren) en inwendig lichamelijk onderzoek.
Ook wordt ook een uitstrijkje gemaakt. De patholoog-anatoom beoordeelt het uitstrijkje met een PAP-klasse 1 tot 5. Het duurt vaak een week voordat de score bekend is.
Eventueel zal er bloed worden afgenomen en wordt er wat urine gevraagd. Dit is routinematig onderzoek om uw algehele lichamelijke conditie goed te kunnen beoordelen.
Colposcopie, biopten en lisexcisie
Als bij het uitstrijkje een PAP-klasse hoger dan I is vastgesteld, bekijkt de gynaecoloog de baarmoedermond en -hals met een colposcoop. Dit is een verlichte microscoop, waarmee de baarmoedermond van dichtbij kan worden bekeken. Om de baarmoedermond te kunnen zien wordt een eendebek (speculum) ingebracht. Via het televisiescherm kunt u zelf eventueel meekijken.
Met behulp van azijnzuur worden afwijkende cellen (wit) gekleurd. Een colposcopie is niet pijnlijk maar wordt wel door veel vrouwen wel als vervelend ervaren.
Een colposcopie gebeurd op de poliklinische operatiezaal (POK); u hoeft hiervoor geen aparte afspraak te maken.
Vaak zal de gynaecoloog een ''hapje'' weefsel voor verder onderzoek uit de baarmoedermond wegnemen (biopsie). Over het algemeen is hiervoor geen verdoving noodzakelijk.
Wanneer het weefsel er bij de colposcopie duidelijk onrustig uitziet zal er meteen een behandeling plaatsvinden. Deze behandeling heet een lisexcisie.
De baarmoedermond wordt eerst plaatselijk verdoofd. Met een brandtechniek wordt het oppervlak van de baarmoedermond verwijderd. De baarmoedermond blijft verder intact. De ingreep duurt hooguit 10 minuten.
Na de ingreep kunt u direct naar huis. Het is normaal dat u wat kramp en bloedverlies heeft. De ingreep heeft geen gevolgen voor een eventuele toekomstige zwangerschap.
Dit stukje weefsel wordt opgestuurd naar de patholoog-anatoom om te worden beoordeeld. Het krijgt een CIN-score (Cervicale Intra-epitheliale Neoplasie) van 1 tot 3. Het duurt vaak een week voordat de score bekend is.
Bij bovenstaande behandelingen is er sprake voor een voorstadium van baarmoederhalskanker. Er is dus nog geen baarmoederhalskanker aanwezig.
Exconisatie
Als er sprake is van baarmoederhalskanker in een heel vroeg stadium, zal meer weefsel dan bij een lisexcisie moeten worden weggehaald. Deze behandeling heet een exconisatie; het onrustige weefsel van de baarmoedermond wordt in de vorm van een kegeltje (conus) weggesneden. De baarmoeder zelf blijft intact.
Deze ingreep vindt plaats in dagbehandeling onder algehele narcose of met de ruggeprik (spinaal). Meestal mag u dezelfde dag naar huis.
Na het vaststellen van een afwijkend uitstrijkje en een eventuele behandeling, blijft u en aantal jaren regelmatig onder controle, waarbij telkens een uitstrijkje wordt gemaakt.
Is er sprake van baarmoederhalskanker dan volgt uitgebreid aanvullend onderzoek en behandeling.
Behandeling van baarmoederhalskanker
Als de uitslagen van alle onderzoeken binnen zijn wordt er door de gynaecoloog, vaak samen met de radiotherapeut, een behandelplan opgesteld. Deze behandeling zal niet plaatsvinden in het ZRT. U zult worden verwezen naar het Academisch Ziekenhuis in Utrecht of Nijmegen.
U krijgt daar een gesprek op de polikliniek, liefst samen met uw partner of een ander familielid, om de (soms verschillende) behandelmogelijkheden te bespreken. Daarbij houden we rekening met uw gezondheid, de uitgebreidheid van de tumor en uw persoonlijke wensen. Geef het aan als alles u overvalt en u extra tijd nodig heeft om tot een bij u passende keus te komen.
Meestal zal de behandeling langdurig en zwaar zijn. Zoals bij de meeste soorten kanker is, ook bij baarmoederhalskanker, de mate waarin de tumor is doorgegroeid en/of uitgezaaid het meest bepalend voor de verdere behandeling.
Een operatie
Een operatie waarbij de baarmoeder wordt verwijderd (hysterectomie), soms met de eierstokken, is de meest voor de hand liggende behandeling.
Bij een verder gevorderd stadium wordt daarnaast het bovenste deel van de vagina, lymfeklieren in het bekken en omliggende steunweefsel verwijderd. Deze ingreep wordt de Wertheim-Meigs operatie genoemd.
Een ander type operatie, die alleen in bepaalde ziekenhuizen kan worden uitgevoerd, is de trachelectomie. Bij deze techniek blijft een groot deel van de baarmoeder intact. Met name als u nog een kinderwens heeft is dit wellicht een mogelijkheid.
Inwendige of uitwendige bestraling, voor of na de operatie
Afhankelijk van uw persoonlijke situatie kan het nodig zijn de tumor voor de operatie te verkleinen door bestraling, of als extra zekerheid, tegen eventuele onzichtbare uitzaaiingen, na de ingreep.
Uitwendige bestraling
Door de huid heen wordt een gebied in uw onderbuik bestraald. Hierbij wordt zoveel mogelijk geprobeerd geen gezonde organen en weefsels te raken. Dit is helaas niet helemaal te voorkomen.
Een bestraling duurt een aantal weken; u komt 4 of 5 keer per week naar het ziekenhuis. De behandeling duurt een paar minuten, u voelt er niets van.
Inwendige bestraling
Meestal wordt een inwendige bestraling gecombineerd met een uitwendige bestraling.Onder plaatselijke verdoving of narcose worden er enkele holle buisjes in uw baarmoeder en soms de vagina gebracht. Deze buisjes kunnen worden aangesloten op slangetjes. Via die slangen kan een speciaal apparataat kleine radioactieve bronnen tot dicht bij de tumor brengen.
Soms duurt de hele procedure enkele uren. U ligt dan in een speciale kamer en krijgt een katheter in zodat u kunt blijven liggen.
Na de bestraling gaan de radioactieve bronnen via de slangen terug in het apparaat en worden de slangetjes en holle buisjes verwijderd.
Meestal zijn er geen bijwerkingen; soms is, de eerste dagen, het plassen wat moeilijker en pijnlijker dan normaal.
Chemotherapie en hormoontherapie
Chemotherapie en hormoontherapie zullen meestal in combinatie met een operatie en bestraling worden gegeven, om zo het effect van bijvoorbeeld de bestraling te vergroten.
Chemotherapie is een behandeling met medicijnen die het delen van cellen remmen.
Een tumor groeit doordat de cellen van de tumor zich snel en ongeremd delen. Door nu de deling van de kwaadaardige cellen in de tumor te remmen, kan de tumor niet langer groter worden. Als er losgelaten tumorcellen zijn (''uitzaaiingen) kunnen deze niet uitgroeien tot nieuwe tumoren.
Omdat ook uw gezonde cellen de celdelende medicijnen opnemen, worden ook de gezonde cellen geremd in hun normale groei en herstel. Gezonde cellen die vaak delen zitten bijvoorbeeld in de darmen, in het beenmerg en in de huid. Vandaar dat u van chemotherapie vaak diarree en bloedarmoede krijgt en soms (tijdelijk) kaal wordt.
Op welke manier u de medicijnen krijgt toegediend is van uw persoonlijke situatie afhankelijk. Of u last krijgt van bijwerkingen als misselijkheid en haaruitval, is niet vooraf te zeggen; het ligt aan de soort medicijnen die u krijgt en de dosis.
Uw arts zal u hier vooraf uitgebreid over informeren.
Hyperthermie
Hyperthermie is een methode waarbij de kankercellen door middel van warmte worden vernietigd. Het gebeurt alleen in zeer gespecialiseerd centra.
Bij baarmoederhalskanker in een vergevorderd stadium is hyperthermie een aanvullende methode op bijvoorbeeld een operatie of een bestraling.
Nazorg en controle
Het voor kanker behandeld worden heeft grote invloed op uw dagelijkse functioneren. U zult waarschijnlijk lang erg moe zijn. Veel van de behandelingen voor baarmoederhalskanker hebben gevolgen voor uw vruchtbaarheid; u komt in de overgang. Ook kan het zijn dat u (tijdelijk) wat minder controle heeft over uw blaas door de operatie en de bestraling in het bekkengebied. Ook het vrijen en beleven van seksualiteit zal mogelijk veranderen.
We willen u en uw partner/familie graag zo goed mogelijk ondersteunen tijdens deze moeilijke fase. De afdeling Medisch Maatschappelijk Werk kan u snel in contact brengen met de voor u geschikte instanties. Voor de een zal dit een lotgenotengroep zijn, de ander heeft behoefte aan een meer individuele begeleiding, bijvoorbeeld door een psycholoog of maatschappelijk werker.
De eerste jaren na de behandeling zien we u vaak terug voor controle: elke 3 maanden in het eerste en tweede jaar. Daarna eens in het half jaar, tot minstens 5 jaar na behandeling. We zullen dan telkens een algemeen lichamelijk en gynaecologisch onderzoek doen.
Mist u dingen in deze informatie? Laat het ons weten via ZRT@webstersweb.nl; dan zullen daar bij de volgende update van onze pagina's rekening meer proberen te houden.
Mogelijke oorzaken
Baarmoederhalskanker is niet erfelijk of besmettelijk. In 80% van alle gevallen speelt een aanhoudende infectie met het Humaan Papilloma Virus een grote rol. Dit virus is wel zeer besmettelijk.
We kennen daarnaast een aantal risicofactoren die de kans op baarmoederhalskanker verhogen:
- roken
- meerdere (meer dan 5) voldragen zwangerschappen
- chlamydia
- ''DES-dochter''




