U bent nu hier: Home  >> Chirurgie  >> Over aandoeningen  >> Borstkanker (Mammacarcinoom)
    

Borstkanker (Mammacarcinoom)

Er is een kwaadaardig afwijking in uw borst vastgesteld. Borstkanker is een ernstige aandoening. Het te horen krijgen dat u borstkanker heeft brengt veel angst en onzekerheid met zich mee.
Vaak zal er een operatie en eventuele nabehandeling volgen. Dat is zowel lichamelijk als geestelijk zeer ingrijpend. Op deze pagina's willen we u zo goed mogelijk informeren over de ziekte zelf, de (bijwerkingen van) mogelijke behandelingen, maar vooral over hoe we in het Rivierenland Ziekenhuis alle zorg rondom borstkanker hebben geregeld.

Achtergrond

Borsten

De functie van de borsten is het aanmaken van melk voor een baby.Inwendige structuur van een borst
De borsten zijn opgebouwd uit verschillende soorten weefsels; behalve uit melkklieren, bestaan ze grotendeels uit vetweefsel en bindweefsel. Borsten zijn goed doorbloed en hebben een goed ontwikkeld stelsel van lymfevaten, om afvalstoffen af te voeren richting de oksel.

De moedermelk wordt in een systeem van 15-20 melkklierkwabben gemaakt. De melk kan vanuit de melkklieren via melkkanaaltjes richting de tepel stromen. Vlak voor de tepel wordt de melk bewaart in melkzakjes.

Kanker?

De meeste cellen in uw lichaam kunnen zich delen. Dat is nodig voor bijvoorbeeld herstel en groei. Als deze deling niet goed gereguleerd wordt kan een normale cel ongeremd gaan groeien. Vaak wordt zo'n cel tijdig door het lichaam opgeruimd, maar soms wordt een defect niet herkend en kan een ongeremd groeiende cel veranderen in een kwaadaardig woekerende cel, die doorgroeit tot in andere weefsels of zich via het bloed of de lymfe door uw lichaam verspreidt.
We noemen dit een (kwaadaardige) tumor. U heeft dan 'kanker'.
Kanker is nooit besmettelijk, dus ook niet via contact met bloed of speeksel.

Soorten borstkanker

Er zijn verschillende soorten borstkanker, die ontstaan op verschillende plekken in de borst.
De meest voorkomende vorm van borstkanker ontstaat in de melkkanaaltjes van de borst en heet ductaal carcinoom. De andere belangrijke vorm ontstaat in de melkkliertjes, het lobulair carcinoom.
Meestal zult u deze namen tegenkomen met een toevoeging: hetzij ''in situ'' erachter, hetzij ''invasief'' ervoor. ''In situ'' betekent dat de kanker zich alleen nog bevindt op de plek waar de tumor is ontstaan en de tumor nog niet het vermogen heeft zich te verspreiden. De toevoeging ''invasief'' betekent dat de tumor in staat is zich te verspreiden, maar dat hoeft nog niet te zijn gebeurd.
Daarnaast zijn er zeldzame vormen, zoals de ziekte van Paget, het tubulair carcinoom, het inflammatoir carcinoom en de phyllodes tumor.

Borstkanker vanuit de kanaaltjes: Ductaal carcinoom

Ductaal carcinoom in situ (DCIS) wordt in 2,5% van de gevallen ontdekt en meestal bij het bevolkingsonderzoek. Op de röntgenfoto (mammografie) ziet men verstopte melkbuisjes. Die blokkades noemt men ''kalkspatjes'' of ''microcalcificaties''. Ze ontstaan doordat afgestorven kankercellen in de buisjes verkalken. Verkalkte melkbuisjes kunnen ook ontstaan door andere oorzaken, die niets met kanker van doen hebben, dus aanvullend onderzoek is nodig.
Kenmerkend van ''in situ'' is dat de cellen nog niet in de onderliggende laag met bloed- en lymfevaten zijn ingegroeid en de kanker zich daarom nog niet verspreid kan hebben. Deze vorm van kanker is zeer goed te genezen.

Invasief ductaal carcinoom wordt in 85% van de gevallen ontdekt en wordt ook wel ''infiltrerend ductaal carcinoom'' genoemd. Het meest voorkomende kenmerk is een knobbel die de neiging heeft zich uit te zaaien. De knobbel kan hard, maar ook geleiachtig aanvoelen. De mate van uitzaaiing bepaalt hier hoe goed de aandoening is te genezen. Vaak zijn knobbels in de borst onschuldig, bijvoorbeeld met vocht gevulde holtes (cystes), die hard en glad aanvoelen als knikkers.

Borstkanker vanuit de melkklieren: Lobulair carcinoom

Lobulair carcinoom in situ (LCIS) is eigenlijk een onjuiste naam. Het lijkt alsof het gaat om een tumor die zich nog niet kan verspreiden, maar eigenlijk is er helemaal geen sprake van kanker. Er is wel een verhoogd risico op het krijgen van borstkanker. Bij LCIS ontwikkelen zich, vaak in beide borsten, verschillende groepjes afwijkende cellen in het klierweefsel vlakbij de overgang naar de melkbuisjes.
De tumor die hieruit kan ontstaan kan zich vormen in de melkklier en wordt dan een lobulair carcinoom, maar kan zich ook vormen in een melkbuisje en wordt dan een ductaal carcinoom.
LCIS is moeilijk te ontdekken (slechts in 2,5% van de gevallen ) en wordt daarom meestal bij toeval gevonden als men vanwege een andere reden onderzoek in de borst doet. Behandeling is vaak niet nodig, wel een waakzame houding en regelmatige controles. Uw arts zal u adviseren wat in uw situatie raadzaam is.

Invasief lobulair carcinoom komt in 10% van de gevallen voor en uit zich vaak door de hele borst te laten zwellen. De tumor heeft de vorm van een streng en is meestal moeilijk te zien op een mammografie of zelfs bij een MRI.
Ook hier bepaalt de mate van uitzaaiing hoe goed de kanker is te genezen, maar de vooruitzichten bij deze vorm van kanker zijn iets beter dan bij een invasief ductaal carcinoom.

Overigens kunnen in één borst verschillende soorten kanker tegelijkertijd voorkomen. Daarom richten de onderzoeken zich op de hele borst en niet slechts op het deel met de gevonden afwijking.

Borstkanker: welk stadium?

Met een stadium bedoelt men de mate waarin uw ziekte is gevorderd. Meestal wordt hiervoor de zogenaamde TNM-classificatie gebruikt.

  • T staat voor tumor.

    Is de kanker beperkt gebleven tot de tumor en is er geen verdere verspreiding?

  • N staat voor node (Engels voor lymfeklier).

    Heeft de tumor zich uitgezaaid naar de lymfeklieren?

  • M staat voor metastase op afstand.

    Metastase is een ander woord voor uitzaaiing. Heeft de kanker zich ver van de tumor uitgezaaid?

  • TNM-stadium 0: Hiermee beschrijft men ductaal carcinoom in situ (DCIS) en lobulair carcinoom in situ (LCIS). Beide kunnen overigens wel een groot gebied bestrijken.
  • TNM-stadium I: De tumor is kleiner dan twee centimeter en heeft geen uitzaaiingen.
  • TNM-stadium II: De tumor is tussen de twee en de vijf centimeter en heeft eventueel uitzaaiingen naar de lymfeklieren in de oksel, maar nergens anders.
  • TNM-stadium III: Hieronder vallen verschillende situaties:
    • De tumor is groter dan vijf centimeter en heeft eventueel uitzaaiingen naar de lymfeklieren in de oksel.
    • De tumor is kleiner dan vijf centimeter, maar komt door de huid naar buiten of hij zit vast aan de borstwand. In deze gevallen is de kans groot dat er elders in het lichaam uitzaaiingen zijn.
  • TNM-stadium IV: Er zijn aangetoonde uitzaaiingen in klieren, weefsels en/of organen verder weg van de tumor.

Hoe uitgebreid alle onderzoeken ook zijn, pas wanneer een patholoog de tumor na een operatie heeft onderzocht kan het stadium definitief worden vastgesteld.

Oorzaken en risicofactoren

Er is weinig bekend over de oorzaken van borstkanker, maar opvallend is dat borstkanker meer voorkomt in westerse landen en in 75% van de gevallen wordt ontdekt bij vrouwen ouder dan 50 jaar. Onder de leeftijd van 30 jaar is borstkanker een uitzondering en na die leeftijd is een stijgende lijn te zien. Borstkanker kan overigens ook bij mannen ontstaan, maar is zeer zeldzaam: ongeveer 70 gevallen per jaar in Nederland.

Wel kunnen we een aantal risicofactoren aangeven:

  • Het komt voor in de familie. Bij ongeveer 5-10% van alle mensen met borstkanker speelt dit een rol.
    Er zijn twee situaties denkbaar:
    • Er zijn in het DNA twee afwijkende genen bekend die borstkanker en eierstokkanker kunnen veroorzaken. Men noemt ze BRCA1 en BRCA2. BRCA staat voor BReast CAncer. Als uw kanker gerelateerd is aan een van deze genen zegt men dat de kanker erfelijk is.
      Aanwijzingen dat het om een erfelijke vorm gaat zijn:
      • In opeenvolgende generaties komt bij meer personen in de familie borst- en/of eierstokkanker voor. Deze gevallen komen voor bij mensen onder de 40 jaar.
      • Er is een man in de familie die borstkanker heeft. Bij mannen is borstkanker meestal een erfelijke aandoening.
      • U heeft borstkanker in beide borsten. Dit is zo kenmerkend dat het niet zo belangrijk is hoe vaak het in de rest van uw familie voorkomt.
    • Bij een vermoeden van erfelijke kanker kunnen leden in uw familie een erfelijkheidsonderzoek laten uitvoeren, om zo zekerheid te krijgen.

    • Borstkanker en/of eierstokkanker komt vaak voor in uw familie, maar er wordt geen afwijkend gen gevonden.

      Het ontstaan van die kanker is dan te wijten aan een bepaald leef- of eetpatroon, schadelijke invloeden van buitenaf of er is wel een afwijkend gen, maar dat is nog niet ontdekt. We zeggen dan dat de kanker familiair is.

  • U heeft al eerder borstkanker gehad en bent genezen verklaard. In dat geval is het belangrijk dat u alert blijft, want u heeft hierdoor een verhoogd risico dat de ziekte terugkomt, ook in de andere borst.
  • Bij u is LCIS gevonden. Dit geeft slechts een milde verhoging van de kans op borstkanker.
  • U heeft voor uw 30ste een bestralingsbehandeling ondergaan, bijvoorbeeld in het kader van de ziekte van Hodgkin.
  • Leeftijd.
    Zeker 75% van alle mensen bij wie borstkanker wordt geconstateerd is ouder dan 50 jaar.
  • U bent DES-moeder, dat wil zeggen dat u tijdens uw zwangerschap het hormoon DES heeft gebruikt. Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat ook DES-dochters een verhoogd risico op borstkanker hebben.
  • Oestrogenen.
    Oestrogeen is een vrouwelijk geslachtshormoon dat onder andere gemaakt wordt in de eierstokken en een belangrijke rol speelt bij het ontwikkelen van vrouwelijke geslachtskenmerken, de menstruele cyclus en zwangerschap.
    Bij sommige vormen van borstkanker is er een relatie tussen de hoeveelheid oestrogenen die een vrouw in haar leven produceert en het risico op borstkanker: hoe meer oestrogenen, hoe meer kans op borstkanker.
    Factoren waardoor borsten meer of langer aan oestrogeen worden blootgesteld:
    • Weinig of geen kinderen krijgen of pas een eerste kind op latere leeftijd. Tijdens de zwangerschap produceert het lichaam minder oestrogeen, dus in die zin ''beschermt'' een zwangerschap tegen borstkanker.
    • Kort of geen borstvoeding geven. Elk jaar dat borstvoeding wordt gegeven verkleint de kans op borstkanker met ongeveer 4%.
    • Een lange vruchtbare periode. Dit is het geval bij vrouwen die vroeg zijn gaan menstrueren (voor hun 12de) en/of laat in de overgang komen ( na hun 50ste).
    • Overgewicht tijdens en na de overgang. Als de eierstokken stoppen met het produceren van oestrogeen in en na de overgang, blijft vetweefsel nog steeds oestrogeen aanmaken. Overgewicht voor de overgang lijkt geen effect te hebben op het risico op borstkanker.
    • Anticonceptiepil. Gedurende de tijd dat vrouwen de pil slikken hebben ze een licht verhoogd risico op borstkanker. Het maakt niet uit hoeveel jaar de pil wordt geslikt. Zodra men stopt met het slikken, neemt het risico op borstkanker weer af.
    • Hormonen slikken tijdens de overgang. Als een vrouw langer dan twee tot drie jaar hormonen slikt om overgangsklachten te verminderen heeft ze een licht verhoogd risico op borstkanker. Dit risico verdwijnt weer als ze stopt met het gebruik van de preparaten.
    • Alcohol.
      Alcohol beïnvloed de hormoonhuishouding en zorgt over het algemeen voor een hoger vetpercentage. Vetweefsel produceert oestrogeen. Dagelijkse inname van alcohol over een langere periode geeft een licht verhoogd risico. Hoe meer alcohol, hoe groter het risico. De soort drank maakt niet uit.
    • Weinig lichaamsbeweging. Dit geldt zowel voor vrouwen met als zonder overgewicht. Waarom lichaamsbeweging beschermt tegen borstkanker is niet duidelijk, maar duidelijk is wel dat meer bewegen het risico op borstkanker verkleint.
    • Roken.
      Vrouwen die op jonge leeftijd zijn gaan roken en voor een lange periode meer dan 20 sigaretten per dag hebben gerookt, hebben een verhoogd risico op borstkanker.
  • U heeft dicht borstklierweefsel.
    Omdat borstkanker in klierweefsel kan ontstaan, betekent de aanwezigheid van meer klierweefsel, een grotere kans op kanker. Ook maakt dergelijk weefsel het interpreteren van een mammografie moeilijker, omdat het door de hoge dichtheid wit oplicht op de foto net als een tumor. Er kan zo gemakkelijker iets over het hoofd gezien worden.

Niet al deze factoren spelen een even grote rol. Erfelijkheid is een zwaarwegende factor in het ontwikkelen van borstkanker, maar de andere genoemde factoren hebben slechts een geringe tot milde invloed. U kunt geen van deze factoren hebben en toch borstkanker ontwikkelen of juist veel factoren bij uzelf herkennen en nooit borstkanker krijgen.
Ook zijn er veel fabels in omloop over omstandigheden die een rol zouden spelen bij de ontwikkeling van borstkanker. Zo is er geen relatie tussen borstkanker en deodorant/anti-transpirant, het dragen van een beugelbh, zonnebrandcrème, een negatieve levenshouding of het slecht kunnen uiten van emoties.
Een relatie met voeding is nooit bewezen, hoewel er veel onderzoek naar wordt gedaan.

Aanvullende onderzoeken na de diagnose

 


Behandelingsmogelijkheden

 


Begeleiding bij borstkanker

 


Oktober Borstkankermaand


Meer over de Mammapoli van het RivierenlandZiekenhuis.